Willem Bosch en Sanaa Giwa over Hiernamaals: "Niet aan het touwtje trekken"

  • 01/10/2019
  • W Interview

Vanaf 2 oktober kan je in Vlaanderen naar Hiernamaals. Deze fantasierijke cinematrip ging begin september in première op Film Festival Oostende, waar we regisseur Willem Bosch en hoofdactrice Sanaa Giwa ontmoetten voor een interview. We polsten naar hun samenwerking, de engelen in Hiernamaals en ... het hiernamaals zelf natuurlijk!

Hoeveel milkshakes heb ik in m’n leven gedronken? Hoeveel mensen waren er verliefd op mij? Die vragen stelt de 16-jarige (en net overleden) Sam aan de vriendelijke engel die haar in het voorportaal van de hemel ontvangt. Maar op de belangrijkste vraag krijgt ze geen antwoord … Want Sam kan niet kiezen: wil ze in de hemel blijven – waar ze haar overleden moeder zal terugzien – of kiest ze voor reïncarnatie? Klinkt ingewikkeld? De Nederlandse regisseur Willem Bosch vertelt het verhaal nochtans met groot gemak en veel gevoel voor surrealisme.

Niets is zo complex als het tijd-ruimte-continuüm. Bespaar me de moeite om de metafysische details van jouw verhaal te controleren en vertel me gewoon: klopt het allemaal zo’n beetje?

Willem Bosch: Jawel. Je kan hier en daar een gaatje slaan in het verhaal, maar geen hele krater. Je krijgt het concept wel aan het wankelen, maar instorten doet het nooit. Ik heb op alle bedenkingen een antwoord klaar, ook al is het soms je reinste onzin. Uiteraard werkt het verhaal werkt pas als je zulke eventuele inconsequenties aanvaardt. Ook in mijn film zit er hier en daar een touwtje en als je daar aan gaat trekken, rafelt de hele boel uit elkaar.

Sanaa Giwa: Toen Willem tijdens de repetities nog een stapje verder wou gaan in het tijdreizen hebben we hem afgeremd. Je vindt vast gaten in het verhaal, maar ik heb geen idee waar die precies zouden zitten.

Heb je zelf wat met het concept ‘reïncarnatie’?

Bosch: Ik kom uit een katholiek milieu waar het hiernamaals veel concreter was dan reïncarnatie. Maar als kind fantaseerde ik vaak over wat ik beleefd had in mijn vorige levens. Mijn moeder die – zoals in de film – een theatraal-dramatische figuur was, ging daar helemaal in mee. Dus ging ze me interviewen. Die opnames zijn bewaard gebleven en je hoort mij alles ter plaatse verzinnen. Dat ik een sultan was geweest en zo. Mijn moeder nam dat heel ernstig.

Giwa: Ik twijfel tussen twee extremen: ofwel is er een enorm hiernamaals waar alle doden heengaan ofwel is er helemaal niks.

Jouw vader had een verleden als pastor.

Bosch: Hij vond mijn film erg mooi. Mijn vader is uit zijn ambt getreden toen hij in 1974 mijn moeder ontmoette. Er was in die tijd een links-katholieke strekking die wel gelovig was maar niet streng in de leer. Hij herkende in Hiernamaals allerlei thema’s die aansloten bij zijn humanistische benadering van het geloof.

Moet je zelf in de hemel geloven om een film zoals Hiernamaals te maken?

Bosch: Toen mijn moeder stierf, heb ik daar veel over gepiekerd. Ofwel is er helemaal niets. Dat is een vrij overzichtelijke situatie, en misschien ook wel de fijnste. Ofwel is er wel iets, maar dat heeft een heleboel onaangename implicaties. Het leven is geen leven meer, iedere dag is hetzelfde, je ontwikkelt jezelf niet meer, er is een complete stilstand. Stel je voor dat je daar de hele tijd zit met al die dode mensen … na een week gaat dat toch ontzettend vermoeien? Wat kan de hemel zijn behalve een halve hel op aarde?

Zoals Tommie zingt in Sesamstraat: Dood zijn is niet erg maar het duurt zo lang.

Bosch: Dan besef je: eigenlijk is leven het meest aantrekkelijke alternatief. En als je dood gaat, zou het gewoon klaar moeten zijn.

Jouw design van de hemel is erg strak en stedelijk.

Bosch: Toen ik het scenario schreef, zat ik op een keerpunt in mijn leven. Ons eerste kind was geboren en mijn leven draaide volledig rond kinderen verzorgen en verantwoordelijk zijn. Terwijl je in de hemel elke dag kan roken en drinken en vrij zijn. Maar er komt vast een enorme bureaucratie bij kijken. Alles moet geregeld worden door mannen die stempels zetten. Dat is typisch Nederlands: Je moet de juiste formulieren bij hebben, anders kom je er niet in.

Giwa: Zelfs de engelen zijn ambtenaren!

Zoals Martin, de engel die zich over Sam ontfermt. Hij is niet almachtig, maar net erg kwetsbaar.

Bosch: Ambtenaren kunnen zich per definitie verbergen achter hun baas. “Ik heb de regels niet bedacht, meneer. Ik doe maar wat mij wordt opgedragen.” Maar de Almachtige ontbreekt heel nadrukkelijk in de film. Hij is er niet om zich te verantwoorden, dus die ambtenaren moeten het zelf oplossen. Dat maakt alle engelen tot een soort veredelde goochelaars: ze kennen wel trucjes, maar meer niet. Martin gaat graag met mensen om. Hij was liever geen engel geweest.

Dan begint Martin plots in jouw leven op te duiken. Hij staat aan de voordeur of zit bij jou op de tram.

Giwa: Hij weet dat Sam bij haar terugkeer op aarde een missie heeft: ze wil haar moeder redden. Dus wanneer Sam haar doel uit het oog dreigt te verliezen, komt hij haar bijsturen.

Sams moeder is een extreme figuur. Ik vind haar een beetje angstaanjagend.

Bosch: Dat is actrice Romana Vrede in werkelijkheid ook! We nodigden alle Nederlandse leading ladies van die leeftijd uit op een casting – dat zijn er een heleboel – en Romana stak er bovenuit. Ze begreep precies wat ik zocht: dat theatrale, dat ik herkende bij mijn eigen moeder.

Sanaa is haar tegenpool. Ze speelt heel ingehouden en neutraal, alsof we zelf de emoties op haar gezicht mogen invullen.

Bosch: Sam is een heel nuchter meisje, er speelt zich veel meer aan de binnenkant af dan op haar gezicht te lezen is. “Niet iedereen hoeft meteen te weten hoe ik me voel.” Dat is een beetje typecasting. Van een ervaren actrice mag je verwachten dat ze een breed palet van emoties aankan. Maar een debutant moet je volgens mij casten voor een rol waar ze zelf een beetje op lijkt.

Giwa: Het personage Sam ligt erg dicht bij mezelf. Toen ik het scenario las, dacht ik vaak: dit is precies hoe ik ook zou reageren. Na sommige scènes werd er gezegd: “Wauw, fantastisch gespeeld.” Dan dacht ik: ik speelde helemaal niks. Ik was gewoon mezelf.

Dat had jij bij de casting al in de gaten?

Bosch: We hielden een open casting en de laatste vijf kandidaten moesten samen met Romana een scène spelen. Romana was all over the place – ze gaf het volle pond – en daar moesten die jonge actrices op reageren. Twee van de vijf meisjes klapten dicht, twee anderen gingen mee in Romana’s gekte, … en Sanaa was de enige die haar cool bewaarde.

Je vond acteren helemaal niet moeilijk?

Giwa: Enkel de praktische beslommeringen. Er is een scène waarin er 260 milkshakes op de grond staan, die enkele seconden later allemaal uit beeld verdwenen zijn. Dat was een heel gedoe, met mensen die razendsnel en onopgemerkt die hele lading milkshakes moesten doen verdwijnen. Vreselijk ingewikkeld! En wat blijkt? Er is niemand in het publiek die het opmerkt.

Om af te ronden, Willem, haal ik graag een quote van jou aan: “Goede kinderfilms gaan over zaken die ouders bespreken terwijl de kinderen bovenaan de trap stiekem meeluisteren.

Bosch: Dat typeert de Nederlandse jeugdfilm. We hebben een traditie van goeie jeugdboeken die altijd net wat hoog gegrepen waren voor kinderen. Daardoor maak je dingen bespreekbaar en verleg je grenzen. Daar heb je als kind wat aan. Zo herinner ik het mij uit mijn eigen jeugd.

Hiernamaals is vanaf 2 oktober te zien in de zalen. Meer info over de film vind je op onze filmpagina.