Jongeren zeggen hoe het moet in kinder pitching

  • 25/03/2020
  • W Festivals
  • W Participatie
  • W Productie

Kinderen en jongeren draaien bij JEF mee op elk niveau. Ze co-programmeren een festival, verwelkomen het publiek, draaien tutorials en reportages, ... Maar kinderen die mee beslissen over de nieuwe jeugdfilms en -series die voor hen gemaakt worden, dat gaat net een stapje verder. JEF geeft het jonge publiek inspraak in het productielandschap via de kinder pitching die op het JEF festival in samenwerking met Macky wordt georganiseerd.

Twee groepjes van een achttal kinderen en een groepje tieners liggen gezellig op een stapel kussens. De pitcher - scenarist of regisseur - zit erbij en vertelt, of toont ruw werkmateriaal op de iPad. Alle feedback wordt genoteerd. Die verschilt grondig per project. Zo wordt voor Olly Wannabe (foto) de populariteit van het titelpersonage getest. De aap, die regelmatig op Ketnet passeert, kan ondanks zijn gestuntel op veel goodwill rekenen van het panel. Voor Trees don’t fall on grandma’s wordt onderzocht hoe sterk de band is tussen tieners en hun familieleden. Familie krijgt verrassend veel waarde toegedicht en scoort ongeveer even hoog als vrienden. Ze moeten in de lijst wel WiFi en gsm laten voorgaan. Voor In my head there lives a jackal wordt vooral gepolst naar elementen van het character design en de artistieke uitvoering. Ook daarover wordt de stem van het panel gehoord.


Kids proof

Zo’n kinder pitching is een uitzonderlijk initiatief (in het buitenland heeft enkel het Amsterdamse Cinekid een traditie inzake participatie van kinderen in scenario-ontwikkeling) en is enkel mogelijk omdat belangenorganisatie Macky zo dicht bij de Vlaamse auteurs en makers van jeugdcontent staat. Er werden dit jaar in Antwerpen acht projecten gepitched. De deelnemers krijgen waardevolle return: ze ontvangen een certificaat (zie voorbeeld) dat ze tijdens het verdere productieproces aan potentiële partners kunnen voorleggen om te bewijzen dat hun project kids proof is. En ze hechten veel waarde aan de feedback van de jonge panels. 


Passie is fruit

Om feedback te verzamelen, kiezen de pitchers een focus. Algemene vragen zoals “denk je dat dit een leuke film wordt?” leveren weinig op, maar wie specifieke vragen stelt, krijgt vaak ook heel specifieke antwoorden. De makers van Tamar willen weten of kinderen problemen hebben met gevoelige thema’s zoals dood en rouw. Is kanker nog taboe? “Nee, want iedereen krijgt er vroeg of laat mee te maken.” Concrete details kunnen in een pitch doeltreffend gecheckt worden, bv. kan het panel de leeftijd van personages inschatten? Bij Luce and the rock (foto) slagen ze er zelfs in om de leeftijd van een rots (?!) correct in te schatten. En ze benoemen typerende karaktertrekken voor elk personage in de ruwe animatic. Bij Trees don’t fall on grandma’s brengt het panel in een korte brainstorm zelf verhalende elementen aan. (“Dan moet ze nablijven op school en daar ontmoet ze de persoon die haar beste vriend zal worden.”) Er wordt nagegaan of bepaalde details verduidelijkt moeten worden. Weet het panel hoe een jakhals eruit ziet? Weten ze wat een producer is? Weten ze wat het woord ‘passie’ betekent? (“Ik dacht dat het een soort fruit was.”) Ook de ingeschatte richtleeftijd kan bijgestuurd worden. “Het mag best eng zijn,” vinden de meesten. “Jongeren vanaf 12 jaar kijken al naar It.” Druggebruik in beeld ligt nog wel gevoelig. De panelleden vermoeden dat dit vooral door ouders niet geapprecieerd zou worden in een serie voor -16-jarigen.


Chappen of chillen?

De meeste projecten zitten nog in een vroege scenario-fase. Maar je kan al wel checken of de toon aanslaat. Dat is bij Dante and the four worlds zeker het geval. Kinderen voelen zich instinctief aangetrokken door het universum - een combinatie van fantasie en realiteit - waarin deze tv-serie zich afspeelt. Liefst van al zouden ze de serie nu meteen bekijken op tv. Ghostly oogt minder vertrouwd - Vlaanderen kent geen sterke traditie van animatieseries voor jongeren, zoals die bv. via Adult Swim worden aangeboden. Na een verwijzing naar Rick & Morty begrijpen de panelleden plots wel wat de bedoeling is. Ook Ghostly switcht vlot tussen verschillende universa, namelijk de wereld van een tiener en van een geest. 


Lila, een fictieserie voor tieners, levert een boeiend gesprek op. De panelleden vertellen hoe ze hun vrije tijd doorbrengen. Gaan ze “hangen, chappen of chillen?” Aan de stereotypering in de meeste tienerseries hebben ze een broertje dood. “Tieners moeten zich gedragen zoals ze echt zijn, niet zoals volwassen denken dat ze zijn.” Of “zo’n ultieme bad boy die in series wordt opgevoerd, heb ik in werkelijkheid nog nooit gezien op een Vlaamse school.” Het taalgebruik ligt heel gevoelig. “De meeste jongeren gebruiken veel minder slang en street talk dan programma’s zoals WTFock ons doen geloven”. De taal moet vooral realistisch zijn en juist gedoseerd. En niets zo ergerlijk als volwassenen die krampachtig proberen om jongerentaal te gebruiken. Dat is pas cringy - ook al zo’n woord waar een 25 plusser op tv niet straffeloos mee wegkomt.

Voor en door

Dat het streefdoel ‘voor en door jongeren’ wordt doorgetrokken tot op productieniveau is quasi uniek. Zo krijgen jongeren inspraak in het productielandschap, mede dankzij de ondersteuning van VAF en Flanders Mediadesk. Maar ook de makers reageren heel positief op dit initiatief. Met hun certificaat en het advies van hun doelpubliek onder de arm, proberen ze hun projecten verder te realiseren. En zowel JEF, Macky en het voltallige kinder pitching panel, zijn geweldig nieuwsgierig naar de resultaten.