Filmkeuring: De wet is versleten - Leve de nieuwe wet!

  • 09/01/2020
  • W Beleid
  • W Filmwijs

Discussies over de juiste leeftijdsbepaling nemen bij een jeugdfilmorganisatie zoals JEF soms buitenmaatse proporties aan. “Deze film is beter geschikt voor 8-jarigen dan voor 10-jarigen.” “Dit is te hoog gegrepen voor kinderen van 3 jaar oud. Het is eerder iets voor 4+.” Beslissingen worden genomen op basis van expertise en criteria. Een groot contrast met een regelgeving die al die details negeerde en uitsluitend klasseerde als +16 of -16?

 

100 jaar geleden stond film zowel als kunstvorm en als massa-entertainment nog in z’n kinderschoenen. En van kinderen en jongeren als een aparte doelgroep met eigen (cultuur)consumptiebehoeften was nog geen sprake. Hoe absurd is het om de kijkpatronen van jongeren in de 21ste eeuw te reguleren via een wet uit die periode? In 1920 ging de regelgeving van kracht die we een eeuw lang zouden herkennen aan de acroniemen KT en KNT. Nu wordt - dankzij een nieuwe wet - dat tijdperk eindelijk afgesloten.


De oude wetgeving vertrok vanuit een negatieve benadering: films waren per definitie Kinderen Niet Toegelaten, tenzij anders vermeld. Elke kinderfilm was dus een positieve uitzondering. In de praktijk was die regulering niet langer relevant. Exploitanten kunnen in tijden van online ticketverkoop nauwelijks nog controleren wie er in de zaal zit. Om nog maar te zwijgen van filmconsumptie buiten de bioscopen, die zich aan elke vorm van controle onttrekt. Ook op levensbeschouwelijk vlak was het tijd voor een grote ommezwaai. Leeftijdsgroepen zijn tegenwoordig nauwkeurig gesegmenteerd, elk met hun eigen dilemma’s, helden, thema’s en kanalen. Het kennen en uitpuren van die elementen is een cruciale vaardigheid voor wie met jongeren wil werken aan filmwijsheid. 

Vertrouwen

Zoals Minister Sven Gatz het omschreef: “De wet is versleten.” En ook “statisch en belerend”. Daarom kwam hij met een nieuw voorstel, dat in februari 2019 werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Deze regelgeving, gebaseerd op het Nederlandse classificatiesysteem Kijkwijzer, gaat nu van kracht en hanteert een positieve benadering. Minister Gatz: "Het is een regeling die aanbevelingen gebruikt in plaats van verboden, die betere informatie geeft, die meer leeftijdsclassificaties mogelijk maakt, die een transparant en betrouwbaar systeem hanteert en die samenwerking tussen de overheid en de bioscoopsector stimuleert."


Bij Kijkwijzer (of in het Franstalige landsgedeelte: Cinecheck) worden films geëvalueerd via een wetenschappelijk onderbouwde vragenlijst, die wordt ingevuld door de distributeur (die daarvoor een opleiding moet volgen). Dit resulteert dan in een advies voor ouders of begeleiders. Kevin De Ridder (JEF): “Op basis van de antwoorden worden aan een film bepaalde labels toegekend, die zichtbaar zijn in de bioscopen en in alle communicatie omtrent de film. Het systeem is dus gebaseerd op het principe van zelfregulering, en dat wijst op een groot vertrouwen, wat een mooi signaal is.” Vertrouwen in de ouders (die hun kinderen moeten begeleiden en correct inschatten), in de kinderen (die zelf hun grenzen kunnen aftasten) maar vooral in de filmsector. Toen het zelfregulerend systeem 20 jaar geleden werd ingevoerd in Nederland, vlogen de schampere opmerkingen je om de oren: “Waar commerciële belangen aan het werk zijn, worden morele argumenten snel aan de kant geschoven!” Maar het systeem heeft intussen zijn degelijkheid bewezen.

Spin en spuit


Wie wel eens naar Nederlandse jeugdfilms kijkt, heeft de labels al vaker gezien. Ze wijzen op zes soorten media-inhouden die mogelijk schadelijk zijn voor kinderen en jongeren in een bepaalde fase van hun ontwikkeling:

- geweld

- angst

- seksualiteit

- discriminatie

- drugs en/of alcohol

- grof taalgebruik

De labels ogen vertrouwd: de spin, de vuist, de spuit, .... Het zijn criteria die ook bij JEF worden gehanteerd om films te quoteren. Maar ze vragen wel om enige nuance. Het gaat niet zomaar om de aanwezigheid van drugs, of discriminatie, of geweld in films, maar om het aanreiken van manieren om ermee om te gaan. Kevin De Ridder: “We sluiten onze ogen niet voor de werkelijkheid, maar bieden jongeren net de kans om aan die werkelijkheid vorm te geven en hun eigen plaats daarin te bepalen.” 

Vingertje wijzen

JEF heeft altijd gepleit voor een fijnmazige onderverdeling in leeftijden. Kinderen van 6 en 11 jaar oud raken vermoedelijk wel geschokt door dezelfde beelden, maar hun leefwerelden zijn heel verschillend, ze zijn op zoek naar verschillende inhouden en thema’s, ze herkennen zich in heel andere personages. Het nieuwe systeem hanteert genuanceerde leeftijdsaanduidingen (6, 9, 12, 14, 16, 18 en Alle Leeftijden) en vertrouwt op de ouders. Zij kennen hun kinderen het beste. Minister Gatz: “Het ene kind is meer bestand tegen pittige elementen in een film dan het andere. We gaan niet met het vingertje wijzen. We zeggen:  Als je de film wil zien, houden we je niet tegen, maar je bent gewaarschuwd. We leggen de verantwoordelijkheid niet alleen bij de bioscopen, maar ook bij de ouders of begeleiders.


De nieuwe wetgeving versterkt de roep om een ‘mediawijs’ publiek, zowel kinderen als ouders en begeleiders. De burger beschermen is de burger opleiden. Kevin De Ridder: “Daar zien we voor JEF een belangrijke taak weggelegd: het stimuleren van een kritische blik bij kinderen en jongeren, zodat ze als weerbare, actieve burgers hun rol kunnen opnemen in de maatschappij.” En bovenal wil JEF een gids zijn doorheen het filmaanbod: niet uitsluitend door te stellen dat ‘deze inhoud haalbaar is voor jou’ maar door te zeggen: “Deze film is echt voor jou gemaakt, we denken dat hij voor jou van betekenis kan zijn, en wij maken hem voor jou beschikbaar … Geniet ervan!” 

Je kan Kijkwijzer hier online raadplegen.