De set kleurt groen

  • 27/11/2019
  • W Beleid
  • W Productie

Films kunnen de natuur tonen in volle glorie. Ze kunnen het publiek inspireren met verhalen over mensen die leven in harmonie met hun omgeving. Maar toch zijn ze het eindproduct van een industrietak met een enorme ecologische voetafdruk. Het VAF probeert de sector te overtuigen van de noodzaak aan een duurzame filmindustrie. Ook JEF wil daarin verdere stappen zetten.

 Green Screen is een vijfjarig programma, ondersteund door de EU, dat ernaar streeft de milieu-impact van de filmindustrie zoveel mogelijk te verkleinen. Met acht deelnemende landen – Slowakije, Tsjechië, Groot-Brittannië, Polen, Roemenië, Zweden, Spanje en België – worden beleidsaanbevelingen geformuleerd. Elk land vult de werking in op zijn eigen manier: in Tsjechië en Slowakije werd deze zomer een ‘groen handboek’ gepubliceerd, in Frankrijk kunnen filmmakers een eco-bonus aanvragen, Groot-Brittannië deelt groene certificaten uit. En het VAF heeft zelfs een permanente duurzaamheidscoördinator in dienst. Tim Wagendorp krijgt van alle deelnemende landen lof toegezwaaid voor zijn werk.


Drinkbussen en bio shops

Een succesvol bedrijf op de snel groeiende en lucratieve eco-consultancy markt is het Franse Secoya, het geesteskind van voormalig location managers Charles Gachet-Dieuzeide en Mathieu Delahousse. Ze leerden elkaar kennen op de set van de kinderfilm Belle et Sebastien (foto bovenaan). Via praktische tips willen ze de toestand op filmsets verbeteren. Tijdens een sessie op het jeugdfilmfestival in Zlin (Tsjechië) gidste medewerkster Chloé Guilhem onlangs een groep kinderfilmprofessionals doorheen een reeks voorbeelden en richtlijnen.

 

De ecologische impact van cinema is enorm. Een doorsnee filmset jaagt er op één maand het CO2 equivalent van een klein land door. Van alle industrietakken in California heeft Hollywood de tweede grootste ecologische voetafdruk, vlak na de olie-industrie. Dan hebben we het over transport, CO2 emissie, plastic, voedingsafval en het gebruik van toxische stoffen (bv. nepsneeuw). “De logistiek van een filmset verdringt ecologie vaak naar de achtergrond,” zegt Chloé Guilhem. “Maar artistieke vrijheid is geen excuus om duurzaamheid te negeren. Producenten en regisseurs gaan er vaak van uit dat dit te duur is. Wij maken hen duidelijk dat ze met een bewust beleid op het vlak van transport, energie, catering en afval veel geld kunnen besparen.” Secoya stelt eenvoudige oplossingen voor: drinkbussen in plaats van plastic flessen, catering met lokale organische producten, samenwerking met kringloopwinkels en bio shops, strategieën om te besparen op batterijen, koffie en papier, …

 

Chloé Guilhem (Seqoya Eco-tournage)

Belgische koplopers

België vervult een voorbeeldrol. Chloé Guilhem: “Als koplopers in Europa staan jullie een eind verder dan de rest.” Dankzij de visie van het VAF en hun duurzaamheidscoördinator. Tim Wagendorp: “We zijn trots dat we de CO2 uitstoot op Belgische filmsets de voorbije jaren drastisch konden verlagen. Maar duurzaamheid gaat ook om het creëren van bewustzijn. We gebruiken de Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties als moreel kompas. Die SDG’s willen we vertalen naar inspirerende acties voor de hele mediasector. Ook op het vlak van educatie, diversiteit, gender, consumptie, gezondheid en welzijn worden zulke SDG’s gehanteerd.”


Buck

Een goed voorbeeld van zo’n groene Vlaamse productie is Buck. De makers van deze Ketnet reeks leverden inspanningen op het vlak van energie-, afval- en CO2-reductie en streefden naar sensibilisering bij zowel cast, crew en leveranciers. Concreet betekende dit bijvoorbeeld: paperless werken, auto’s vervangen door fietsen of openbaar vervoer, carpooling en gebruik van led verlichting.

Groene scripts

Het belangrijkste advies van Secoya: hoe vroeger je begint, hoe groter de impact. Dat kan betekenen:

- Bewustzijn creëren bij filmstudenten door duurzaamheid op te nemen in hun curriculum. Tim Wagendorp: “Het is de jonge generatie die deze situatie kan en zal veranderen.” Studenten worden door het VAF opgeleid op drie niveaus: lessen in duurzaamheid tijdens hun opleiding, een workshop waarin hun afstudeerproject wordt doorgelicht, en een setbezoek door het VAF.

- Duurzaamheid implementeren in het filmscript. Tim Wagendorp: “Het VAF adviseert al in het pre-productie proces. Zo had Binti bijvoorbeeld een bijzonder ‘groen script’ met een duurzame boodschap en een minimale impact qua transport. Ook Girl was een opvallend duurzame film.”


Op de set van Binti

Green Screen wil in de toekomst de blik nog verbreden en niet alle verantwoordelijkheid bij de filmmakers leggen. Ook vertoners en festivals kunnen ervoor kiezen om hun enorme impact te verkleinen. 

De voetafdruk van JEF

 Als grotere organisatie die actief is op talrijke niveaus in de film- en cultuursector, is het voor JEF een evidentie om duurzaamheid als één van zijn basispijlers te benoemen. Hierop inzetten betekent niet alleen de ecologische voetafdruk verkleinen, maar ook duurzame relaties opbouwen met mensen, zowel intern als extern. Karo Guetens (JEF): “De impact die wij als organisatie kunnen hebben is enorm, dus we willen hier op een bewuste manier mee omgaan. Dat is een enorme leercurve die vraagt om een inspanning, maar het is er een engagement dat we graag aangaan.” 

 

Meer over Green Screen

Meer over Secoya Eco-Tournage