Vlaanderen heeft nood aan kwalitatieve, actieve filmeducatie op lagere school

  • 24/07/2018
  • W Beleid

Als laatstejaarsstudente aan de Bachelor Lager Onderwijs in de Hogeschool van West-Vlaanderen schreef ik een eindverhandeling over filmeducatie. Ik was gefascineerd door het thema maar had nood aan verdieping. De partner die mij daarvoor - niet zo verrassend - werd toegewezen, was JEF. Informatie die ik vond in literatuur, zou aangevuld worden met een bevraging van leerkrachten uit lagere scholen. Het uiteindelijke doel: een leerlijn ontwikkelen (met bijbehorende activiteiten) om filmeducatie actief en kwalitatief te integreren in het Vlaamse onderwijs.

De zoektocht naar wetenschappelijke publicaties - gedrukt of online - bleek al snel een doodlopend spoor. Nergens vond ik wetenschappelijk omschreven wat filmeducatie precies inhoudt. En de zeldzame literatuur hanteerde een bijzonder passieve invulling van het begrip, die nauwelijks verder ging dan: film zorgt voor ontspanning, een vlucht uit de realiteit en het opnemen van informatie. Het boek ‘Audiovisuele vorming in het Vlaamse onderwijs’ van Annemie Goegebeur sloot nog het best aan bij mijn persoonlijke visie op filmeducatie. Het boek dateert uit 2004 en geeft aan dat het Vlaams onderwijs niet genoeg moeite doet om filmeducatie te implementeren. Dat is 14 jaar later nog geen spat veranderd. Hoewel de ontwikkelingspsychologie aangeeft welk effect het bekijken van beelden en het opnemen van inhouden heeft op diverse aspecten van het opgroeiproces, vind je nergens iets over wat er gebeurt als je leerlingen op jonge leeftijd leert werken met een camera of iPad. Schrijvend over de evolutie van filmeducatie in het Vlaams onderwijs gedurende de afgelopen 30 jaar, raakte ik bijzonder teleurgesteld over het gebrek aan efforts bij alle betrokken partijen. In 1988 werd ‘het bekijken van beelden’ een verworven recht voor alle kinderen -  een puur passieve beleving van film. De meest recente overheidsactie die op dat vlak werd genomen, dateert uit 2016, toen ministers Hilde Crevits en Sven Gatz het Archief voor Onderwijs oprichten, een online platform waar leerkrachten terecht kunnen voor educatieve beelden - opnieuw: passieve filmbeleving. Deze resultaten klinken shockerend voor iedereen die filmeducatie als een actief gegeven beschouwt.


Hopend op een forse tegenwind, ging ik op zoek naar wat er in de leerplannen staat… en moest vaststellen dat daarin geen duidelijke richtlijnen zijn opgenomen. Het Vlaams onderwijs heeft dus nergens concreet genoteerd hoe je actief en kwalitatief met film aan de slag kan. De doelen en eindtermen die ik destilleerde uit de leerplannen media, muzische vorming en wereldoriëntatie, verwezen wel naar zowel het maken als het bekijken van films.


Ik stuurde een enquête naar 1062 scholen en kreeg 75 reacties terug, waaruit bleek dat nog steeds meer dan de helft van de leerkrachten niet aan filmeducatie doet. 78% van de leerkrachten gaf aan niet genoeg vertrouwd te zijn met de eindtermen en leerplandoelen die betrekking hebben op film - dit was de grootste drempel. Voor 84% zou een leerlijn met heldere doelen en eindtermen een grote hulp betekenen om film actief te betrekken in hun lessen. 73% voelt een grote nood aan zo’n leerlijn. Leerkrachten vinden het moeilijk om actief aan filmeducatie te doen als leerplannen hen geen houvast bieden - het Vlaams onderwijs schiet hierin tekort. Omdat de leerplannen zowel actieve als passieve doelen omtrent filmeducatie formuleren, koos ik ervoor om mijn leerlijn van daaruit te ontwikkelen.


Filmeducatie kan dus nog veel actiever geïntegreerd worden in de Vlaamse lagere scholen. Filmvorming slaat niet enkel op het bekijken van beelden en het verwoorden van inhouden, het betreft ook actief aan de slag gaan om zelf een film te maken, een achtergrond te creëren of te werken met filmische apps of iPads. Zo geven de leerplandoelen en eindtermen het aan. Het Vlaams onderwijs laat hier nog zoveel kansen liggen. Op weg naar een actieve en betrokken vorm van filmeducatie, moet daar verandering in komen.