Pelikaanstraat 20: interview met de filmmakers

  • 17/05/2018
  • W Interview
  • W Participatie

Een documentaire van Aminata Demba en Leslie Verbeeck

Aminata Demba reist naar Mali in de voetsporen van haar vader. Die vertrok in de jaren zeventig uit zijn geboorteland en strandde in Antwerpen. Aminata gaat op zoek naar een nieuwe generatie Malinezen: ambitieuze vertrekkers, blijvers en mensen die terugkeren. PELIKAANSTRAAT 20 brengt geen klassieke back to the roots story, maar belicht het fenomeen migratie vanuit vele perspectieven en ontkracht aldus een trits clichés.

Aminata Demba: Malinezen zijn naar verluid een nomadisch volk dat makkelijk migreert, maar ik ontdekte dat die stelling niet helemaal klopt. Eigenlijk blijven Malinezen graag dicht bij huis. Ze zijn gehecht aan hun familie en hebben een sterke groepscultuur. Als migratie in onze cultuur zit ingebed, dan is dat uit noodzaak. Wegtrekken uit het eigen land gebeurde meestal vanwege klimatologische en economische omstandigheden. Ooit dwong de grote droogte mijn grootvader om te emigreren naar meer vruchtbaar landbouwgebied. Ook mijn vader werd door de droogte naar de stad gedreven, van waaruit hij verder reisde, via Congo naar Antwerpen. Migratie was een overwogen beslissing, geen blinde zoektocht naar fortuin. Tegenwoordig worden de grenzen veel strenger gecontroleerd. Mijn vader had veel meer bewegingsvrijheid dan jonge mensen vandaag. Het is bizar dat ik de vrijheid heb om te leven en werken waar ik wil, maar dat jonge mensen in Mali die luxe niet hebben.

Je begint de film met een gedurfde uitspraak: “Ik ben een fiere Antwerpse.

Demba: Echt waar. Ik ben in Antwerpen geboren, ik ging er naar school, het is een multiculturele stad waar ik veel geleerd heb en waar ik thuis ben.

‘Thuis’ betekende voor jou een hotel?

Demba: Mijn eerste thuis was het hotel waar mijn ouders verbleven. Ze hadden niet de intentie om hier voorgoed te blijven, het plan was om ooit terug te keren. Maar dat werd telkens uitgesteld, tot je beseft dat het nooit zal gebeuren. Maar mochten de economie, de gezondheidszorg, het onderwijs,... in Mali er beter aan toe zijn, zouden veel Malinezen een andere keuze hebben gemaakt.


PELIKAANSTRAAT 20 is een mozaïek van verhalen. Ben jij een griot, een verteller?

Demba: Ik vertel uit noodzaak. Ik ben niet de enige met gaten in mijn levensverhaal. Via je familie krijg je puzzelstukjes aangereikt over je leven en je afkomst. Dat is iets wat jonge mensen met een migratieachtergrond vaak missen. Voor mijn ontbrekende puzzelstukken, moest ik terugkeren naar mijn land van herkomst. De film spoort jongeren aan om hun levensverhaal zo goed mogelijk bij elkaar puzzelen. Als je weet wie je bent en waar je vandaan komt, kan je naar de toekomst kijken zonder een leegte te ervaren.

Hoe verhouden de regisseur en de verteller zich tot elkaar bij zo’n verhaal?

Leslie Verbeeck: Dat ik zelf nooit mijn vader heb gekend, was een raakvlak tussen ons beiden en één van de redenen waarom dit project me zo aansprak. Zowel Aminata als ik hadden tijdens onze adolescentie vragen over onze identiteit en onze herkomst. Ik heb haar zoektocht zo objectief mogelijk in beeld gebracht. Het is haar verhaal, niet het mijne, maar het is een verhaal dat andere mensen moeten horen en dat aansluit bij een veel groter thema.

Demba: We wilden migratie vanuit verschillende hoeken belichten. Daarom vertelt de film over studenten die in het westen kennis vergaren die ze mee terugnemen naar hun land, over ondernemers zoals mijn vader, over mensen die op basis van verkeerde informatie drastische beslissingen nemen en over migranten van de tweede of derde generatie die proberen om bruggen te bouwen tussen hun geboorteland en hun vaderland.


Hoe hebben jullie die verscheidenheid aangepakt?

Verbeeck: We laten uitsluitend mensen aan het woord die praten vanuit hun eigen ervaring. Er zitten geen standpunten van ‘blanke experts’ in de film. Je krijgt zoveel informatie over migratie in de media, maar de stem van mensen die het hebben meegemaakt, wordt zelden gehoord. Wie is er een betere migratie-expert dan iemand die zelf emigreerde?

Hoe grondig waren jullie voorbereid op de opnames?

Demba: Alles begon met een reportage voor het programma Vranckx. Maar dit thema vroeg om meer volledigheid. Dus vertrokken we met een uitgeschreven scenario, maar natuurlijk verliep ter plaatse niet alles zoals gepland.

Verbeeck: In Mali kwamen we al die mensen tegen met hun eigen ervaringen. Zo laten we verschillende visies aan bod komen. We waren ongeveer een maand in Mali en draaiden ook een week in Antwerpen.

PELIKAANSTRAAT 20 is geen emo-document geworden, hoewel dat net zo goed had gekund. Je had de scène aan het graf van je vader perfect kunnen exploiteren.

Demba: Het is Leslie’s sterkte om dingen subtiel aan te raken, zonder te overdrijven.

Verbeeck: Overdreven emoties zouden niet passen in ons verhaal. Toen ik het theaterstuk Dis-moi wie ik ben zag, dat Aminata over hetzelfde thema schreef, wist ik dat we op het vlak van stijl en gevoel op dezelfde golflengte zaten. Onze film mist enkel een beetje humor, maar het is niet eenvoudig om een komische toon te verwerken in een reportage.

Demba: Omdat we zoveel over het scenario hebben gepraat, is het een eerlijk verhaal geworden. Ik zou mezelf niet herkennen in een super emotionele aanpak. Ik ben niet getraumatiseerd door mijn verleden, maar ik wil het vertellen zoals het werkelijk is.


Vanwaar die focus op jouw vader, terwijl je moeder volledig op de achtergrond blijft?

Demba: Ik schreef Dis-moi wie ik ben vanuit een uitgesproken vrouwelijk standpunt. Daarin komt mijn moeder wel aan bod. Maar handel is de drijvende kracht achter migratie, en dat is in het patriarchale Mali een uitgesproken mannenzaak. In de jaren zeventig floreerde de handel, maar toen er strikte reglementeringen kwamen, ging de ene zaak na de andere failliet. Toch konden die mannen niet zomaar de arbeidsmarkt op: ze waren het gewend om zaken te doen, beslissingen te nemen, te investeren en anderen aan het werk te zetten. Zelf als arbeider gaan werken was voor hen uitgesloten. Zij zijn de pioniers, en de vrouwen volgden in hun voetspoor. We konden het verhaal van mijn moeder niet zomaar vluchtig aanraken en de film biedt geen ruimte om er dieper op in te gaan.

Van jou komt de bewering: als je twee culturen omarmt, ben je dubbel rijk.

Demba: Dat wil ik met PELIKAANSTRAAT 20 vooral meegeven aan het publiek. Veel jongeren denken dat ze een keuze moeten maken: ofwel ben je dit ofwel ben je dat. De film beweert: laat je niets wijsmaken, je bent onherroepelijk allebei. Of ik dat wil of niet: ik ben Vlaams, ik ben Antwerps, ik ben een product van waar ik werd geboren, maar ik ben ook Malinees en ik maak deel uit van de stam waar mijn ouders toe behoorden. Ik wil die identiteiten niet ontkennen of verbergen. Door ze te onderzoeken en te omarmen, leer ik veel over wie ik ben en sta ik sterker in mijn schoenen. Om die boodschap over te brengen, hebben we een lesmap gemaakt bij de film en proberen we schoolvertoningen bij te wonen om vragen van jongeren te beantwoorden. Er zitten immers universele thema’s in de film, waarmee een breed publiek zich verbonden voelt.

Verbeeck: Ik vind elke ontmoeting met een andere cultuur verrijkend. Mensen zoals Aminata hebben het voordeel dat ze meerdere culturen kunnen omarmen. Da’s toch supermooi? In vergelijking daarmee voel ik me een beetje arm.

   

PELIKAANSTRAAT 20 kan bij JEF geboekt worden in combinatie met een Q&A met de filmmakers. Je vindt er hier alle informatie over.