Met Pachamama in het museum: “Kijk uit voor De Grote Insta!”

  • 11/09/2019
  • W Filmwijs
  • W Interview

Pachamama is niet enkel een avontuurlijke animatiefilm, maar ook een heel correcte historische weergave van het dagelijks leven in het rijk van de Inca’s. Dat wordt duidelijk wanneer we na de filmvertoning in het Brusselse Museum voor Kunst & Geschiedenis door de zalen met precolumbiaanse voorwerpen uit Latijns-Amerika wandelen in het gezelschap van vier jonge museumhabitués.

Het museum in het Jubelpark lijkt wat op een filmdecor: gigantisch groot en ietwat archaïsch-op-een-gezellige-manier. Alsof je hier alles te weten kan komen over alles, een onpeilbare bron van kennis en autoriteit. 

Madeleine, Antonia, Liam en Anouk zijn tussen acht en twaalf jaar oud en ze zijn hier regelmatige bezoekers. Op vrije momenten springen ze vaak even binnen om te dwalen tussen de vitrinekasten en ze schrijven zich in voor elk atelier dat het museum organiseert voor het jonge publiek. Ze herinneren zich nog de tentoonstelling over de Inca’s enkele jaren geleden. “Toen stonden hier echte lama’s!” 

Het Museum heeft een intensieve jeugdwerking. Zo kunnen kinderen in het gebouw op speurtocht gaan naar dieren uit Zuid-Amerika en in herfstateliers kunnen ze zich meten met klassieke Griekse helden of spelletjes spelen uit de Romeinse tijd. Bovendien beschikt het museum over een filmzaaltje. Daar stond Pachamama vandaag op het programma.

Oog voor detail

Authenticiteit blijkt een troef van de film. Daarover is begeleidster Christine Willemen erg enthousiast. Ze overweegt om fragmenten van Pachamama te gebruiken in haar scholenwerking. “Aan de hoeveelheid correcte details kan je zien dat de filmmaker het onderwerp goed heeft bestudeerd. Sommige van mijn collega’s kunnen niet naar historische films kijken omdat ze zich zodanig ergeren aan de incorrectheden. Maar deze film is heel accuraat in alle historische details.” 


De Argentijnse regisseur Juan Antin zwierf jarenlang door Peru, Bolivia en Brazilië en pikte er een grote liefde op voor de precolumbiaanse (dus: de tijd voor Columbus voet aan land zette) Latijns-Amerikaanse culturen. Juan Antin: “Ik hou van de filosofie van Pachamama, de liefde- en respectvolle benadering van Moeder Aarde. Ik ben ook geboeid door de kunst, de keramiek, het textiel en de muziek uit die periode.” De soundtrack van Pachamama werd gemaakt met authentieke instrumenten, zoals de fluitvazen die je ook in het museum terugvindt.

De vier jonge ‘museumgidsen’ zijn goed geïnformeerd over de geschiedenis en de context waarin het verhaal van Pachamama zich afspeelt. In de vitrinekasten herkennen ze allerhande voorwerpen die ze ook in de film zagen: het kleibeeldje van een jaguar, een hoofdkapje van hoofdpersonage Tepulpai en het bronzen offermes want “er moest bloed vloeien voor Pachamama.” Zelfs de schelp waarop de chasqui (koerier) blaast om zijn komst aan te kondigen, ligt hier uitgestald.

Herkenbaarheid

Het design van de film blijft trouw aan de eeuwenoude Inca-motieven: in de aardewerken potten die voor de huisjes staan, in de tapijten en in de kledij van de personages. “Tijdens de Inca tentoonstelling waren er weefateliers waarin Peruaanse wevers ons net dezelfde stoffen leerden maken.” In de motieven herken je maïskolven en een boel dieren die in de film voorkwamen: slangen, apen, jaguars, condors en de onvermijdelijke lama’s. 

Nu en dan gluurt de generatiekloof grappig om de hoek. Wanneer één van de kinderen de almachtige vorst omschrijft als “de Grote Insta” of wanneer ze zich vergapen aan bronzen “stretchers”. Inca’s bevestigden immers grote ringen in de oren van uitverkoren burgers die op die manier tot ‘Orejones’ (Langoren) werden gepromoveerd.


Even slikken!

Christine kan de sociale context van de film helder toelichten. Ze legt uit dat niet alle bergbewoners Inca’s waren - “Er woonden vooral gewone boerenmensen. De Inca’s waren heersers aan wie de boeren gehoorzaamheid verschuldigd waren.” En ze bevestigt het beeld dat Pachamama schildert van de Grote Inca: “Hij was de rechtstreekse afstammeling van de zonnegod Inti, hij was zo verheven dat hij op een plateau werd rondgedragen omdat zijn voeten de aarde niet zouden raken en hij kreeg elke dag een nieuw gewaad, dat aan het einde van de dag verbrand werd.” 

Bij een object hebben de kinderen de grootste twijfels. Toen de dorpelingen in de film overleg pleegden met hun gemummificeerde voorouders, vonden ze dat heel normaal. Maar nu ze plotseling oog in oog staan met een skelet in een vitrinekast, moeten ze even slikken. “Beschouw het als een mummie, maar dan uitgekleed,” zegt Christine. Ze begrijpt hun afgrijzen wel. “We zijn heel argwanend bij het tentoonstellen van elke vorm van menselijke resten, maar zo’n ‘voorouderbundel’ is een uniek artefact.”

De kinderen vinden Pachamama een aanrader, want “hoewel je veel kon leren over het echte leven in die tijd, kwam er ook veel fantasie bij kijken.” Dat vinden ze belangrijk. Ze gaan thuis niet dromen over akelige mummies, maar over lama’s en Inca krijgers en over meevliegen op de gigantische vleugels van een condor.