Frederike Migom over SI-G

  • 16/11/2017
  • W Interview
  • W Productie

“Ook documentaires hebben een begin, een midden en een einde”

Si-G is 13 en rapper. Ze woont met haar vader en zus in een klein appartement in Molenbeek, heeft het moeilijk op school en geloofde nooit dat ze met rappen iets kon bereiken. Tot de Brusselse rapper Omar-G samen met haar een nummer wil maken en haar droom onverwacht dichtbij komt. Filmmaakster Frederike Migom volgde Si-G in een korte documentaire, net op het moment dat JEF besloot om de productie van documentaires voor een jong publiek in België aan te zwengelen.

In het Belgische braakland op het vlak van jeugddocumentaires, is Si-G een positieve uitzondering: de film kreeg een internationale première op Cinekid (Amsterdam), wordt in Nederland vertoond in de serie ‘Mensjesrechten’ en in België trekt Migom met Si-G naar de scholen en cultuurcentra om rechtstreeks met het jonge publiek in dialoog te gaan.

Frederike Migom: In een reportage van Bruzz over een lagere school zag ik een meisje toevallig een stukje beatboxen. Ze trok mijn aandacht en ik herkende in Si-G meteen iemand die een verhaal te vertellen had. Eerst wou ik een fictiefilm met haar maken – documentaire was een genre waar ik nog weinig ervaring mee had – waarin ze min of meer zichzelf zou spelen. Ik hoorde haar rappen op een ‘open mic’, we praatten veel en plots was er eigenlijk een verhaal. Terwijl ik aan het schrijven was, besefte ik dat het verhaal zichzelf al had geschreven.



Van de 45 min. lange documentaire die je toen draaide, werd intussen een korte versie gemaakt, ondersteund door de Nederlandse omroep EO.

Migom: Met 45 minuten kan je moeilijk uit de voeten bij vertoners. Het Cinekid festival drong aan op een korte versie en hun programmer Mirjam Marks, zelf een ervaren regisseur, wou me daarbij begeleiden. Toen bleek ook Mensjesrechten, het docu-initiatief van de EO, geïnteresseerd. Zij werden mijn twee Nederlandse partners.

Waarop focusten jullie in die re-cut?

Migom: De verhaalstructuur. Ook documentaires hebben een begin, een midden en een einde. De korte versie is gebouwd rond de opnames van Si-G’s eerste clip. De film inkorten vond ik geen probleem. Het is een nieuwe start en ik weet dat we met deze versie meer mensen kunnen bereiken. Natuurlijk is het jammer dat bepaalde verhaallijnen verloren gingen: een dosis humor en realisme, Si-G’s familiesituatie, haar droom om politieagent te worden,…

Het thema ‘Molenbeek’ bleef wel behouden. Was je niet bang dat zo’n thema het individu Si-G zou  overschaduwen?

Migom: Anders dan men in het buitenland soms denkt, is Molenbeek geen plek waar ze constant met geweren onder je neus zwaaien. Mensen die nieuwsgierig zijn naar Molenbeek, krijgen in Si-G iets te zien dat ver weg ligt van huiszoekingen en tanks. Maar de locatie mag de film niet stigmatiseren. In Nederland kreeg Si-G veel vragen over Molenbeek, hoewel zij enkel de ambassadeur is van zichzelf, niet de ambassadeur van Molenbeek en van een probleem dat zij niet in al z’n facetten kan verklaren.

Toch zit er in de film nog een verwijzing naar de aanslagen in Brussel.

Migom: Daar heb ik lang over nagedacht. Het is iets dat op dat moment gebeurde en dat Si-G op een bepaalde manier heeft geraakt. Het maakt van de film een soort van tijdsdocument.


Je toont Brussel op een heel natuurlijke manier als een stad vol diversiteit.

Migom: Eender wat je maakt over urban & youth culture in Brussel is per definitie divers. Maar mijn interesse in Si-G had daar op geen enkel moment mee te maken. Het gaat over iemand die wil tonen wat ze kan, het portret van een meisjes dat geen makkelijk leven heeft, een verhaal over doorzetten om je dromen waar te maken. De screenings die ik deed met scholieren gaven mijn vertrouwen in de jeugd een boost. Veel kinderen spraken hun respect uit en sommigen bleken het verhaal echt persoonlijk op te vatten. Dat was heel prettig.

De opnames gaven je een diepere inkijk in de Brusselse hiphop scène.

Migom: Die scène is aan het boomen op een manier die ik typisch vind voor deze stad. Brussel is klein en groot tegelijk: groot omdat het zo divers is, maar toch klein omdat iedereen elkaar kent. Dat geldt ook voor dat Brusselse hiphop milieu. Wat een zalige stad!

Jij hebt wel iets met de energie van grote steden. Je studeerde o.a. in New York en Parijs.

Migom: Ik heb nog nooit niét in een stad gewoond; mijn leven is altijd stedelijk geweest. En de aantrekkingskracht van de stad ligt ‘m vooral in het feit dat je erin kan verdwijnen. Dat veroorzaakt een fijne combinatie van anonimiteit en vrijheid. Natuurlijk apprecieer ik ook de energie en dynamiek van een stad, maar het gaat toch vooral over dat gevoel om niet op je vingers gekeken te worden.

In een schrijnende uitspraak verwoordt Si-G hoe het bijzonder onderwijs haar het gevoel geeft dat ze tot niets in staat is.

Migom: Zo zit ons sociaal systeem in elkaar. De bewondering voor goed presterende leerlingen en diploma’s zit ingebakken in onze maatschappij, en het gevoel om te moeten afzakken is rot. Het hypothekeert Si-G’s toekomstdromen. Haar droom om politieagent te worden moet ze opbergen. Ik toon in de film haar afscheid van de lagere school, in heel bewust gekozen scènes. Kinderen komen bij haar uithuilen. Zij is degene die de jongens moet troosten. Ze neemt de boel in handen en je ziet dat ze veel vrienden heeft.

Door haar achtergrond heeft ze een eigen taaltje ontwikkeld. En taal is het belangrijkste werktuig van een rapper. Is haar situatie volgens jou een troef of een rem voor haar verdere ontwikkeling?

Migom: Hiphop gaat vooral over je eigen taal spreken, en op een podium voelt ze zich niet geremd. Ze heeft haar eigen, sterke manier om zich uit te drukken. Op school en daarbuiten wordt ze soms geconfronteerd met haar beperkingen en daar voelt ze zich rot bij. De muziekindustrie is geen simpele omgeving. Maar ze kan performen, ze kan freestylen, en ik weet zeker dat als ze goed begeleid wordt, ze nog tot veel in staat is.